De weerstandsratio komt bij de Jaarstukken 2025 uit op een stand van 0,9. Dat is een daling ten opzichte van de laatst vastgestelde stand bij de Begroting 2026 met 0,1 waar de ratio al was uitgekomen op de ondergrens van de afgesproken norm van 1,0.
Het totale risicoprofiel is hoger vergeleken met het profiel uit de Begroting 2026. Deze stijging wordt veroorzaakt door toename van de risico's voor Beschermd wonen, Arbeidsgerelateerde verplichtingen en grotere risico's bij het Grondbedrijf.
Daarnaast wegen ook algemene risico’s in het kader van de economische ontwikkeling mee in het risicoprofiel, met name in die van het Grondbedrijf. Binnen de projectspecifieke risico’s is een toename van het risicoprofiel te zien, als gevolg van de vaststelling van Maasterras als grondexploitatie. Dit project brengt aanzienlijke risico’s met zich mee, waardoor gekozen is om een storting aan de reserve Grondbedrijf te doen bij vaststelling door de gemeenteraad in juli 2025.
Op portefeuilleniveau zien we bij het Grondbedrijf ook een toename van risico’s. Macro-economische ontwikkelingen hebben door deze toename van de omvang van de portefeuille grotere effecten dan voorheen. Ook de financieringsbehoefte neemt toe door de benodigde investeringen voor het Maasterras. Hiervoor is in het risicoprofiel een separaat risico op rentestijging opgenomen.
Conform het kader uit de Nota risicobeheersing en weerstandsvermogen ontstaat in de huidige situatie de verplichting tot verhogen van de beschikbare weerstandscapaciteit door meevallers respectievelijk het rekeningresultaat prioritair te bestemmen door afdracht aan de Algemene Reserve. Indien dit niet voldoende is, wordt in een van de eerstvolgende P&C-documenten aangegeven welke potentiële weerstandscapaciteit wordt ingezet om weer op het normniveau te geraken .
Ontwikkelingen 2026 en meerjarig
Voor het verwachte verloop van de weerstandsratio in 2026 is het van belang een reële inschatting te maken van het toekomstig verloop van de twee hoofdbestanddelen van de ratio: de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit.
Voor wat betreft de beschikbare weerstandscapaciteit zien we dat de Algemene Reserve verder terugloopt met circa € 1 tot € 2 miljoen, met name als gevolg van eerdere besluiten uit eerdere perspectiefnota's. Daarentegen treden er mogelijk ook saldoverbeterende ontwikkelingen op voor de Algemene Reserve door onder andere vrijval van bestemmingsreserves bij de Perspectiefnota 2027. Het onverdeelde rekeningresultaat 2025 is pas later bij de Perspectiefnota 2027 inzichtelijk en kan zowel ten goede als ten laste komen aan de Algemene Reserve afhankelijk van de uitkomst van het resultaat. Beide genoemde ontwikkelingen worden via de Perspectiefnota 2027 aan de raad voorgelegd.
Voor de Reserve Grondbedrijf is de prognose voor 2026 bijzonder onzeker als gevolg van geopolitieke instabiliteit. We hanteren daarom het behoedzame scenario dat de reserve niet daalt of groeit zolang er geen harde besluitvorming onder verlies- of winstnames ligt.
Aangezien het toekomstig risicoprofiel lastig tot niet voorspelbaar is, hanteren we de adaptieve lijn dat we verwachten dat het huidige risicoprofiel ook het toekomstige risicoprofiel is. Pas in de aanloop naar de Begroting 2027 inventariseren wij de actuele stand van het risicoprofiel.
Samengevat komt de weerstandsratio van 0,9 verder onder druk te staan. In de Begroting 2027 geven wij een aanpak om de weerstandsratio weer op het niveau van 1,0 te krijgen.
De berekeningen van de ratio kennen steeds een belangrijke nuancering: de rapportage omtrent het weerstandsvermogen is altijd een momentopname. Nieuwe projecten, economische ontwikkelingen en investeringsbeslissingen kunnen het risicoprofiel beïnvloeden waardoor het weerstandsvermogen aan tussentijdse fluctuaties onderhevig is.
